Ik ben niet eenzaam! Ik ben alleen

Ik ben niet eenzaam! Ik ben alleen

Nel Galjé heeft bij Bureau Slachtofferhulp gewerkt. Daar leerde ze doorvragen – zonder dat mensen het in de gaten hadden – zodat het verhaal er helemaal uit kwam. In een psychiatrische kliniek waar ze opgenomen was heeft ze ervaren hoe eenzaam mensen zijn.

In Poelenburg startte ze in 2017 het inloophuis 1 is samen, een gezellige huiskamer waar vooral mensen uit Zaandam-Zuid graag komen voor de gezelligheid.

‘Het is geweldig als je ziet dat ze hier een maatje vinden, waarbij ze elkaar ook thuis bezoeken.’

Nel Galjé in het Museum of Humanity

Ik ben niet eenzaam! Ik ben alleen.

Het verhaal van Nel Galjé begint met de bekende zin I have a dream. ‘Ik heb een achtergrond in de psychiatrie. In het ziekenhuis zag ik mensen die eenzaam zijn. Ze hadden soms suïcidale gedachtes, omdat ze met niemand echt konden praten. Daarna zocht ik de mensen thuis op, omdat het makkelijker praten is met iemand die je kent. Dat breidde zich steeds meer uit. Je hebt dan een gewoon fijn gesprek. Omdat mensen in zo’n situatie zichzelf en hun huis kunnen verwaarlozen, hielp ik met schoonmaken of met andere zaken. En dan gebeurt er iets. De mensen voelen zich niet meer gek en gaan weer de straat op. Zo krijgen mensen weer een sprankje hoop. Op een bepaald moment was ik van hot naar her aan het rennen om overal in de stad mensen te bezoeken. Dat werd me te veel. Daarom was mijn droom om een inloophuis te beginnen. Na drie jaar hierover denken heb ik het initiatief genomen.’

Parteon reageerde direct

‘Ik schreef drie woningbouwcoöperaties aan dat ik een ruimte zocht waar mensen die eenzaam zijn elkaar kunnen ontmoeten. Nina Bos van Parteon reageerde direct spontaan en daarna hadden we een aangenaam gesprek met Theo Burcke en Dannis Groen. Ze gingen gelijk akkoord met het idee en boden een ruimte aan in Poelenburg dat af en toe gebruikt werd door de huismeester en een meidengroep. We startten met drie middagen, binnenkort zijn het er zes.

Als ik achter de computer zit, dan durf ik veel. Zo heb ik de burgemeester Jan Hamming gevraagd om het inloophuis in 2017 te openen. Dat is nog wel een grappig verhaal. We hadden voor de deur twee parkeerplekken vrijgehouden met lint en stoelen zodat de burgemeester met de auto voor de deur kon parkeren. We moesten allemaal lachen toen hij op zijn fiets aan kwam rijden.’

Via via

‘Ik heb een groot netwerk en zij hebben ook allemaal weer een netwerk. Zo komen er mensen binnen die ik helemaal niet ken. Een man die al een paar keer voor het raam stil was blijven staan nodig ik uit om binnen te komen. Sindsdien komt hij geregeld. Een wijkagent vertelde over een Italiaanse meneer die heel eenzaam was en moeilijk Nederlands sprak. Door een tia was dat nog minder geworden. De eerste keer dat ik bij hem aan de deur kwam, deed hij na herhaaldelijk bellen niet open. Toen bedacht ik me dat hij natuurlijk niet open zou doen omdat hij mij niet kende. Thuis heb ik een briefje geschreven wie ik was en waar ik hem voor uitnodigde, en dat ik de volgende dag om 12 uur terug zou komen. Die avond deed ik het in de brievenbus en de dag erna om 12 uur werd ik hartelijk welkom geheten. Hij heeft het inloophuis vaak bezocht. Hij is helaas overleden aan een hartstilstand vlak bij het inloophuis. Het was in die tussentijd wel een huis geworden waar hij graag kwam.’

Arie Lemsfonds

‘Het Arie Lemsfonds zoekt ieder jaar een goed doel waar ze geld voor inzamelen. Zo kregen we via hen folders in verschillende talen die we overal neerleggen. Het woord eenzaamheid zie je nergens terug, want niemand is eenzaam. Mensen zijn wel alleen. Al zie je natuurlijk snel genoeg hoe het zit. Het Arie Lemsfonds heeft ook geregeld dat er op het raam ‘Inloophuis 1 is samen’ kwam te staan.’

Kat uit de boom

‘Mensen kijken in het begin altijd de kat uit de boom. Daarna doen ze al snel gezellig mee met de activiteiten, zoals kaarten maken, sjoelen of we lossen samen een crypto op. We kletsen gezellig en eens per maand hebben we een uitje. Daar genieten we allemaal van. Af en toe wordt er ook gehuild en troosten we elkaar. Mensen vertellen veel.

Als je eenzaam bent, dan maak je het leven heel zwaar. Als je gaat praten dan zie je de strakke gezichten ontspannen. Daar word ik ontzettend blij van. Dat doet mij soms nog meer dan de mensen zelf. Het geeft veel voldoening. Zeker als ik de blije gezichten zie en mensen mondiger zie worden.

Eenzaamheid komt overal voor, ook bij jongeren en ook in huwelijken. We hebben daarom de leeftijd verlaagd van 35 naar 25, maar dat werkt toch niet echt. We hebben wel een jonge vrouw binnen gehad, maar die wilde natuurlijk niet tussen de ouderen zitten. Het is geweldig om te zien dat ze haar leven weer op de rit heeft en dat ze een netwerk heeft waar je u tegen zegt.’

Soms wordt hier zo hard gelachen, dat is prachtig.

Buitenlandse mensen krijg ik jammer genoeg niet binnen. Een Poolse vriendin gaat proberen iets voor hen op te zetten, samen met Nederlanders. 

Ik heb niet het idee dat ik een verschil maak. Ik vind het normaal, het zit gewoon in me.

Soms zit iedereen zo gezellig met elkaar te praten dat ik wel kan weg kan. Ze kunnen het best allemaal zelf. Ik laat zien dat ze het kunnen.’