Patricia Viereck: ‘Belangrijk om te weten waar je vandaan komt’

Patricia Viereck kwam in 1972 op haar 14e vanuit Suriname naar Nederland. ‘Na de scheiding van mijn ouders verhuisde mijn moeder naar Zaandam met mijn broertje en zusjes. Omdat ik haar zo miste, heeft ze ook mij laten halen. We woonden in de flat Perim in Peldersveld Zaandam. In Suriname was ik gewend aan grote buitenruimtes. Het maakte veel indruk dat we heel hoog woonden in een flat, op elkaar gestapeld.

Eerste buitenlandse kind met diploma

Ik ging naar mavo het Fregat aan de Vermiljoenweg. Daar werd ik gezien als wereldwonder. Kinderen wilden me aanraken om te zien of ik afgaf. Ik kreeg opmerkingen zoals: “Jullie hebben kleren aan?” “Je spreekt Nederlands”. Toen was ik het enige donkere kind op school. Bij mijn eindexamen zei de directeur dat ik het eerste buitenlandse kind van die school was die het diploma kreeg.

In die tijd was ik heel teruggetrokken, verlegen. Ik had wel vriendinnen die aardig waren. Ook kan ik me nog heel goed de jongen uit Oostzaan herinneren. Hij was mij altijd aan het pesten met “sambo sambo”. Dat was minder leuk. Later kwam er nog een Surinaams meisje op school. Je trekt dan naar elkaar toe, als landgenoten met dezelfde kleur. Je vindt herkenning bij elkaar.

Je opleiding is je man

In Amsterdam ging ik naar de havo top school, deze was verbonden aan de Pedagogische academie. Ik ben altijd in Zaandam blijven wonen, sinds 1987 wonen we in het centrum. Op Zaanse scholen heb ik stagegelopen. Daar kreeg ik te horen: “Je praat met een accent”. Ik antwoordde dat ik Surinaams ben, zo praten wij nu eenmaal.

Thuis spraken we altijd Nederlands, ook in Suriname. Mijn vader wilde dat per se. Hij wilde ons een goede toekomst geven. Mijn vader moest al op heel jonge leeftijd werken om het gezin te onderhouden. Daarom vond hij het heel belangrijk dat we een goede opleiding volgden zodat we een goed belegde boterham konden verdienen. Hij zei altijd: “Je opleiding is je man”.

Kinderen bijspijkeren

Vanaf mijn 18e deed ik vrijwilligerswerk. De stichting Surbeza (Surinaamse Belangen Zaanstad) was gevestigd aan de Vinkenstraat in Zaandam. We hadden een jongerenwerker, activiteitenbegeleider, maatschappelijk werker en dus een eigen ruimte. Hier gaf ik met Roy Boonstede huiswerkbegeleiding op de zaterdagochtend. Ook ging ik mee als begeleider met het jongerenkamp, waar we veel activiteiten organiseerden. Ouders vonden het belangrijk dat wij hun kinderen bijspijkerden. We hielpen ze zo om verder te komen. Er was veel vraag naar de huiswerkbegeleiding. Er was ook een eigen uitgaanscentrum. Dat was prettig, want je voelde je thuis bij elkaar.

Integreren/bezuinigen

Vanwege bezuinigingen lang geleden stopte dit. We moesten integreren, de stichting werd wegbezuinigd. Het heeft heel lang geduurd voordat er weer een nieuwe ruimte kwam.

Bij mijn eigen kinderen heb ik gezien dat voor hen uitgaan moeilijker werd. Toen mijn zoon 16 werd, kwam hij eerst de disco niet in omdat ze zijn id wantrouwde. Ook mijn dochter kwam met zulke verhalen thuis. Ze gingen daarom liever uit buiten de Zaanstreek. Als moeder doet dat veel pijn. Alle mensen zijn gelijk. Tot op de dag van vandaag ziet helaas niet iedereen dat zo.

Geen plek en activiteiten meer

Na het sluiten van onze ruimte aan de Vinkenstraat ging ieder een eigen weg. De jongeren hadden geen plek meer en er waren geen activiteiten meer. Hoe ervaren ze hun eigen cultuur als ze er thuis ook weinig of niets mee doen? Dan raken ze het kwijt. Het is belangrijk om te weten waar je vandaan komt. Geef aandacht aan je cultuur. Mijn zoon vroeg waarom we hem geen Surinaams hebben geleerd. Toen vertelde ik het verhaal van mijn vader, waarom hij het zo belangrijk vond dat we Nederlands met elkaar spraken. Het Surinaams heb ik geleerd van andere Surinamers.

Wat is KetiKoti?

Toen ik kinderen kreeg had ik geen tijd meer voor vrijwilligerswerk naast mijn werk in het onderwijs. Zes jaar geleden ging mijn kleindochter (ze was toen 6) vragen stellen. Wat is een familiestuk? Wat is KetiKoti? Ik kon het haar wel vertellen, maar het is fijner om het met een groep te beleven en delen. Daarom heb ik toen weer contact opgenomen met de stichting Surbeza. Ik belde precies op het goede moment, want ze zochten nieuwe bestuursleden.

Lees ook deel 2 waarin Patricia Viereck vertelt over haar vele vrijwilligerswerk.