Turkse mannengroep (1): ‘Jammer dat er zo weinig contact is met Nederlanders’

Turkse mannengroep (1): ‘Jammer dat er zo weinig contact is met Nederlanders’

Dinsdag bij het Erasmushuis in Zaandam: tijd voor de wekelijkse ontmoeting van de Turkse mannengroep. Op tafel staan nootjes en speculaaskoekjes, dadels en pepernoten. En natuurlijk de bekende Turkse theekopjes. Rond de tafel zitten tien vriendelijke Turkse ouderen die vaak al tientallen jaren in Zaandam wonen. Er wordt rustig met elkaar gepraat. Een van hen richt het woord tot mij: ‘Zullen we ons voorstellen?’

Hieronder volgt het eerste deel van het verhaal over Huzur. Onderaan het verhaal vind je de link naar het vervolg.

Iedere dinsdag komen van 11 tot 16 uur de mannen bij elkaar in het Erasmushuis in Zaandam. De Turkse vrouwen ontmoeten elkaar hier iedere woensdag.

Sommige wonen in het Erasmushuis, de anderen komen uit Zaandam en de regio. Een paar spreken Nederlands, de andere nauwelijks of niet.

De mannen horen bij de eerste generatie Turken die hier vijftig tot veertig geleden naar toe is gekomen om te werken in de fabrieken.

Necdet Degerlier (tweede van rechts, zittend) richtte tien jaar geleden Huzur op.

Wat is jullie achtergrond?

Necdet Degerlier woont samen met zijn vrouw in Poelenburg. Hij spreekt prima Nederlands. Zo’n tien jaar geleden heeft hij de Vereniging Huzur opgericht: ‘Huzur betekent rust, dat hebben oudere mensen nodig. We behartigen de belangen van Turkse ouderen en organiseren een leuke dagbesteding. We zijn lang geleden vanuit Turkije naar Nederland gekomen om te werken, meestal bij fabrieken. Omdat er toen gedacht werd dat het slechts voor een korte tijd was, werd er door velen niet geïnvesteerd in de Nederlandse taal. We zouden immers snel weer terug gaan als we voldoende hadden verdiend.

Als je de taal niet beheerst, dan heb je weinig contact en word je eenzaam. Iedereen vindt het heel jammer dat er zo weinig contact is met Nederlanders. Zelf heb ik wel veel Nederlandse vrienden en vriendinnen, maar veel anderen kennen alleen hun buren en wat collega’s.

Als je onderzoek doet naar mensen met een Turkse afkomst dan ontdek je dat mensen die de Nederlandse taal goed spreken hier veel gelukkiger zijn. De mensen die vaak zijn teruggekeerd naar Turkije zijn meestal ongeschoold en spreken nauwelijks of geen Nederlands.’

Necdet

Vertel eens over jullie werk

Ramazan vertelt dat hij al meer dan 40 jaar in Nederland woont. Necdet vertaalt het meeste omdat Ramazan slechts een beperkte kennis heeft van de Nederlandse taal.

‘Ik heb 35 jaar gewerkt bij Eurometaal in Zaandam als machinedraaier. Het was een soort familiebedrijf met duizenden werknemers. Toen de laatste Oostbloklanden werden opgeheven, ging het bedrijf failliet.’

Ook Necdet heeft bij Eurometaal gewerkt. ‘Eerst moesten we de werkzaamheden vooral handmatig uitvoeren, daarna kwam pas de moderne techniek. Het was ongelooflijk zwaar werk. Op het terrein stonden misschien wel vijftig gebouwen. Ieder gebouw had z’n eigen wereldje. Dit was bewust zo gebouwd. Als er dan een gebouw zou ontploffen, dan ging de rest niet mee. In al die jaren hebben we graag samengewerkt als collega’s. Er was een goed contact met leidinggevenden. Je hielp elkaar en je voelde je daar thuis.’

Ramazan

Necdet legt uit hoe de situatie was voor veel collega’s: ‘Veel Turkse werknemers hadden geen andere keuze. Omdat ze niet of slecht Nederlands spraken, konden ze nergens anders solliciteren. Ze wisten ook niet hoe ze dat moesten aanpakken. Bij Eurometaal wisten ze wat ze moesten doen, daar speelde het taalprobleem niet omdat veel van hun collega’s ook Turks waren. Dat gold trouwens ook voor de andere bedrijven waar veel Turken van de eerste generatie werkten. De mensen gingen er vanuit dat ze na verloop van tijd terug konden naar Turkije, maar vanwege politieke en economische redenen liep dat anders en keerden ze niet terug.’

Ramazan benoemt: ‘Je deed je werk als een soort automaat. Je wist wat je moest doen. Met je collega’s en in het pension sprak je alleen Turks. Er waren wel Nederlanders maar die werkten op een hoger niveau, daar was weinig contact mee.’

Heb je alleen contact met andere Turken?

Hakki vertelt dat hij ook al 40 jaar in Zaandam woont. Hij spreekt ook weinig Nederlands en Necdet vertaalt. Opvallend is dat de mannen heel graag hun verhaal willen vertellen en contact willen met Nederlanders: ‘Ik ben begonnen bij Shell in Rotterdam met schoonmaakwerk. In Zaandijk heb ik 26 jaar gewerkt bij een metaalfabriek. Toen ik problemen kreeg met mijn hart moest ik stoppen. Ik heb altijd alleen met Turken samengewerkt, niet met Hollanders. Dat was ook moeilijk vanwege het taalprobleem. Als ik met Nederlanders praat, dan voel ik me heel goed. Dan heb ik het gevoel dat ik wel een beetje Nederlands kan. Na een paar jaar kwamen mijn vrouw en kinderen over. Toen ben ik een beetje Nederlands gaan leren.

Naarmate ik ouder word, herinner ik me minder Nederlandse woorden.  We gaan naar een Turkse slager en Turkse groentenboer. Er zijn zoveel faciliteiten in de wijk, dat je helemaal geen Nederlands meer hoeft te praten. Vroeger had je dat wel nodig als je bijvoorbeeld naar een arts moest. Maar tegenwoordig zijn er ook assistenten en artsen die Turks spreken.

Ik heb in meer Europese landen gewerkt. Nederland is het beste. Hier zijn eerlijke mensen en voel ik me thuis. Er zijn ook Turken die na hun pensioen terug zijn gegaan, dat wil ik niet.’

Lees nu ook deel twee waarin de mannen vertellen over de wekelijkse ontmoeting.

Meer gerelateerde Zaanse Verhalen

Mannengroep in Poelenburg helpt bij de opvoeding, lees meer

Werken op het Hembrugterrein, lees meer

Zaanse Vrouwenkr8, lees meer

Mantelzorgdekens haken in Poelenburg, lees meer