De Zaanse Kaper zijn een soort textieldetectives

De Zaanse Kaper zijn een soort textieldetectives

‘Wij zijn een soort textieldetectives. Door gedegen speurwerk kunnen we zo goed mogelijk de kostuums uit de periode 1750-1910 laten zien.’

Voor Inge Bosman van kostuumgroep de Zaanse Kaper is het van essentieel belang dat het zoveel mogelijk de werkelijkheid benadert. ‘Onze groep heeft veel onderzoek gedaan in musea. Ook het Dagverhaal van Aafje Gijssen (1772-1776) heeft veel waardevolle informatie opgeleverd. In de Zaanstreek volgden mensen de Hollandse mode uit die tijd. Alleen de hoofdtooi verschilde per gebied. Een kaper is een soort capuchon met zijde aan de buiten- en aan de binnenzijde. De kaper diende om de hoofdtooi van gouden en zilveren sieraden te beschermen. Deze werd in heel Nederland gedragen maar in de Zaanstreek bleef deze langer populair. Daarom denken mensen dat het typisch Zaans is. Bij het Zaans kostuum hebben mensen het beeld van de eenvoudige jack en rok die door Doopsgezinden werd gedragen. Dit zag er eenvoudig uit maar was wel gemaakt van heel dure stoffen. In die tijd werden er ook japonnen gedragen maar die zijn jammer genoeg niet bewaard gebleven. Elke vijf jaar veranderde de mode, net zoals nu.

Binnen onze groep zijn er verschillende specialismes: stof, historie, kant, patronen. Het streven is om de kleding en accesoires zo goed mogelijk na te maken zodat letterlijk alles klopt. Het is interessant om te onderzoeken hoe zo’n kledingstuk gedragen werd maar ook hoe het is gemaakt. Daardoor ontdek je dat er vroeger handige foefjes waren waarvan het jammer is dat ze verdwenen zijn. De uitdaging is om zo authentiek mogelijke stoffen te gebruiken. Het is daardoor ook een dure hobby, maar het moet wel de juiste uitstraling hebben. De collectie bestaat inmiddels uit kostuums van de gegoede middenstand uit 18e en 19e eeuw. De stoffen zijn prachtig om te zien. Je begint met het ondergoed, daarna komt het corset, de pannier en de onderrok. Klederdracht is prachtig als het goed in elkaar zit. Anders wordt het een verkleedpartij. Normaal zegt niemand op straat hoe mooi je bent. Maar als wij met de groep op scholen, historische verenigingen, klederdrachtdagen onszelf laten zien, dan is het heel leuk om te horen hoe mooi je bent. Dat geeft energie.

Bovenstaand artikel is eerder verschenen in het boek Kijk Zaans.