In het Zaans Museum en op verschillende andere locaties in Zaanstad werken vele tientallen mensen samen aan een bijzonder wandkleed. Met stoffen, kleuren en steken die door de ontwerper zijn gekozen verbeelden ze de geschiedenis van het slavernijverleden en de relatie met de Zaanstreek. Maar net zo belangrijk zijn de gesprekken die tijdens het maken ontstaan.
Donderdag is normaal gesproken de minstbezochte dag in het Zaans Museum, waar drie dagen per week aan het wandkleed wordt gewerkt. Maar als ik aanschuif bij de lange tafel, zijn vrijwel alle plekken bezet. Ook aan enkele kleinere tafels wordt druk gewerkt. Dames buigen zich over lapjes stof en verschillende technieken. Er wordt overlegd, gelachen en vooral veel gepraat. Niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis die erin wordt verbeeld.
In het museum wordt gewerkt aan Draden van ons Nederlands slavernijverleden, een landelijk community artproject dat mensen samenbrengt om het slavernijverleden zichtbaar en bespreekbaar te maken. Op 20 november moet de Zaanse bijdrage klaar zijn.

Samen werken aan een gedeelde geschiedenis
Ans Pieper hoorde van het project en schoof meteen aan. ‘Ik kom af en toe aanwaaien als ik tijd heb. Thuis werk ik er ook aan. Ik maak bladeren en daarvoor zocht ik een speciale stof die een relatie heeft met klederdracht. Bij een winkel in Marken heb ik iets geschikts gevonden. Het was heel leuk om te horen dat de Zaanse kaper hier ook hun stoffen inkopen voor hun klederdracht.’
Vrijwilliger Olga helpt in het Zaans Museum de werkzaamheden te verdelen. Ze is onder de indruk van het ontwerp. ‘De Zaanstreek heeft een interessant verleden, het is goed dat de geschiedenis van het slavernijverleden nu ook vorm krijgt. Het ontwerp waar we aan werken is geweldig. Het is zo mooi verbeeld en bedacht.’
Ze wijst op de details: chocoladeletters, de jurk van meisjes van Verkade, cacaobonen, Verkadekoekjes en rijstvelden. ‘Je ziet zoveel. Zo word je je bewust waar de grondstoffen vandaan komen en waar we aan verdiend hebben. Het ontwerp zit heel goed in elkaar, ik heb veel respect voor de ontwerper.’

Ontwerp van Raul Balai
Kunstenaar Raul Balai ontwierp het wandkleed voor Noord-Holland. Het Zaanse doek verbeeldt grondstoffen uit de koloniën die in de Zaanstreek bij molens en later in fabrieken werden verwerkt en verhandeld.
De zeven delen van het Noord-Hollandse werk kunnen met klittenband aan elkaar worden bevestigd. Samen vormen ze een wandkleed van 35 meter lang en 2,5 meter hoog. Het landelijke project begon in Groningen op initiatief van Ricardo Burgzorg. Noord-Holland is de zevende provincie die meedoet. Naast Zaanstad werken onder meer Alkmaar, Hoorn, Purmerend, Haarlem en Amsterdam aan een eigen bijdrage. Amsterdam maakt twee doeken, waaronder een verbeelding van het verhaal van Texel.

Elke steek draagt bij
Projectleider Harold Kreuk is in mei begonnen om zoveel mogelijk Zaanse organisaties bij het project te betrekken. ‘We willen dat zoveel mogelijk mensen aan dit community artproject meewerken.’ Daarom zijn er maaklocaties in het Zaans Museum, de Bieb voor de Zaanstreek en Museum of Humanity. Ook zijn er bijeenkomsten bij het COA, De Zorgcirkel en het neurodiversiteitscafé. Daar maken ze onderdelen van het wandkleed, zoals bijvoorbeeld de cacaobonen, die later op het grote doek wordt bevestigd. Bij buurtcentrum Kleurrijk gaat Patricia Viereck met bezoekers aan de slag. Yvonne Kelatow maakt samen met mensen van Stichting MIES bij de Amandelbloesem de wolken. Ook De Zaanse Regenboog doet mee.
‘Het is bijzonder dat zij het zo verder brengen. We doen het echt samen. Er werken zo tientallen mensen mee. Elke steek hebben we nodig.’

Symbool voor samenwerking
Harold zag tijdens een bezoek aan Maastricht hoe drie voltooide werken samen werden geëxposeerd. Dat maakte indruk. ‘Te zien waren muntjes uit de VOC en WIC. Het aantal stond symbool voor tot slaaf gemaakten die vrij waren gekocht. Omdat ze het verhaal van de mensen zelf niet konden vertellen, hadden ze die eruitgeknipt, waardoor je schimmen zag in het doek waar je doorheen keek. In ons wandkleed zie je ook een dergelijke symboliek.’
Bij de start van het Zaanse project maakten Patricia (met Surinaamse roots) en Yvonne (met Indische/Molukse roots) samen met wethouder Erdoğan Şahin een vlecht. Die verbindt hun bijdragen en staat symbool voor samenwerking.

De verhalen van Oost en West
Patricia Viereck is betrokken bij het Comité 30 juni – 1 juli en de groep Doorwerking van het Slavernijverleden Zaanstreek. Ze kende het kunstproject al van andere comités. ‘Dat vond ik heel interessant, dat wilden we hier ook wel in de Zaanstreek. Toen het Zaans Museum de opdracht kreeg, heeft Harold contact met mij gezocht als ambassadeur. En ik heb Yvonne Kelatow erbij betrokken zodat we het verhaal van de Oost en West kunnen vertellen.’
Tijdens het maken komen de persoonlijke geschiedenissen vanzelf ter sprake. Patricia vertelt vanuit haar Surinaamse roots, Yvonne vanuit haar Indische en Molukse roots. Ans merkt hoe bijzonder die gesprekken zijn: ‘We praten over waar je vandaan komt. Dat is heel interessant.’

Nadenken over waar je mee bezig bent
Volgens Harold gaat het niet om goed of fout, of om schuld en onschuld. Het gaat erom van elkaar te leren en te ontdekken hoeveel verhalen niet zijn verteld. ‘Je bent bezig met een techniek en automatisch ga je nadenken over wat je aan het maken bent, bijvoorbeeld als je een rijstveld op Bali puncht. Er is ons op school weinig verteld over het slavernijverleden en hoe ons rijkdom tot stand is gekomen. De onwetendheid is ongemakkelijk, de verhalen niet.’
Het project is laagdrempelig: iedereen kan meedoen, ongeacht ervaring met textielkunst. Juist dat samen werken maakt het bijzonder. De deelnemers praten niet alleen over het verleden, maar ook over uitbuiting die wereldwijd nog altijd plaatsvindt.

Samen verder naar de toekomst
Patricia vindt het belangrijk dat de geschiedenis wordt verteld en dat mensen elkaar daarin ontmoeten. ‘Soms vragen mensen: ‘Wat heeft de Zaanstreek te maken met het slavernijverleden?’ Daar is onderzoek naar gedaan waarvan de resultaten binnenkort worden gepresenteerd. Dan wordt duidelijk wat de rol was.’
‘Het is belangrijk dat we op een gelijkwaardige en respectvolle manier vooruitgaan. Maar eerst willen we nog strijden voor de jongeren, dat zij het een stuk makkelijker krijgen dan wij het hebben gehad. We willen op zoek naar een gezamenlijke toekomst waar iedereen gezien en gerespecteerd wordt.’

Meer dan een kunstwerk
De vlecht die bij de start werd gemaakt, heeft voor haar een persoonlijke betekenis. ‘Ik heb er armpjes aan gemaakt. Laten we elkaar vasthouden en niet meer loslaten en gaan voor een prachtig mooie toekomst.’
Want hoewel het wandkleed straks vooral een kunstwerk is om naar te kijken, gaat het om meer dan de stof en de steken. Het gaat om de geschiedenis die erin besloten ligt, de verhalen die mensen met elkaar delen en de verbinding die tijdens het maken ontstaat.’
Ans besluit: ‘Ik hoop dat veel mensen het gaan zien!’
