Oud-politieagent: ‘Iets niet in de haak? Dan ga je praten.’

Oud-politieagent: ‘Iets niet in de haak? Dan ga je praten.’

Otto Scholten is in Limburg geboren en verhuisde in 1967 naar Krommenie. Daar was hij een bezienswaardigheid met zijn zachte g. Hij kreeg werk in de metaalsector. Omdat hij meer uitdaging en contact met mensen wilde solliciteerde hij op zijn 29e voor de interne opleiding tot politieagent. Dit bleek goed bij hem te passen. Van de 35 jaar bij de politie was hij tien jaar wijkagent in Assendelft en tien jaar in Krommenie.

In het eerste deel van een tweedelige serie vertelt Otto Scholten over het politiewerk. Deel twee gaat in op zijn vrijwilligerswerk. Na zijn pensionering zet hij zich op vele manieren in voor de lokale maatschappij.

Otto Scholten voor het voormalige politiebureau

Wat kenmerkt het werk als politie-agent?

‘Ze zeggen wel eens dat je blauw geverfd wordt als je bij de politie komt. Het is een aparte cultuur. Soms maak je op een dag zoveel mee waar een ander mens een heel leven over doet. Je krijgt te maken met aanrijdingen waarbij soms gewonden of zelfs doden vallen, reanimaties, zelfmoorden, burenruzies, aangiftes en verschillende vormen van criminaliteit. Ik kan mij nog goed herinneren dat mijn collega en ik naar een plaats moesten waar iemand voor de trein was gesprongen. Het is echt verschrikkelijk wat je aantreft. Daar moet je wel tegen kunnen en je ervoor kunnen afschermen. In de tijd dat ik wijkagent was, waren er nog wijkbureaus. Je was de zogenaamde spin in het web. Je signaleerde zelf ongeregeldheden en omdat je goed zichtbaar was spraken mensen op straat je ook aan. Dat werkte goed.’

Wat was typerend voor het politiewerk in Krommenie en Assendelft?

In Assendelft en Krommenie spelen dezelfde problemen als overal in Nederland. Hoe kom je in aanraking met jeugd die problemen veroorzaakt zonder dat je direct met je vinger staat te wijzen? We nodigden hen uit om tegen de agenten te paintballen en te voetballen. Spelenderwijs leerden we elkaar kennen.

Als je direct bekeuringen en straffen uitdeelt, bereik je het tegenovergestelde. Wij legden uit wat wel of niet mag en wat de consequenties zijn als je een overtreding begaat. Daarmee begonnen we al in groep zeven en acht van de basisschool onder de titel Doe effe normaal. Dit was een lesprogramma waar verscheidene onderwerpen werden behandeld, zoals diefstal, discriminatie/racisme, geweld, vuurwerk. Drugsgebruik en drankmisbruik komt overal voor, dus ook hier. Hierover kun je in gesprek gaan. De ouders spelen hierbij een belangrijke rol, want ze moeten weten wat er speelt. Je bent geen maatschappelijk werker, dus je vertelt ze wat de grens is. Jongeren experimenteren op allerlei soorten terreinen, dat hoeft niet het einde van de wereld te betekenen. Dat lieten we ook aan strenge ouders weten, daarmee bereikten ze niet dat het kind stopte met blowen maar juist dat ze het stiekem gingen doen.’

Wat is een goede werkwijze voor de politie?

‘Ons motto bij de politie is kennen en gekend worden, zo kun je excessen voorkomen. Wanneer het verergert dan spring je er bovenop en ga je in overleg. Wanneer dit niet hielp deelde je bekeuringen uit of werden zij overgebracht naar het politiebureau. Bij jongeren zijn we dan verplicht de ouders te waarschuwen. Dit was al een straf op zich voor de jongeren wanneer de ouders hun kinderen kwamen ophalen van het politiebureau.

Het is in mijn optiek jammer dat de wijkbureaus zijn verdwenen. Ik vind dat de wijkagent in zijn verzorgingsgebied moet zijn, dichtbij de inwoners.’

Binnenkort volgt deel twee waarin Otto Scholten vertelt over zijn vrijwilligerswerk bij BeterBuren en Open de voordeur.